Syriëgangers: een potentieel gevaar of niet?

25-10-2013 12:15

Vormen de Syriëgangers een veiligheidsprobleem voor België en Nederland, was een van de vragen die gesteld werden op het debat dat de Vlaamse organisatie KifKif afgelopen woensdag 23 oktober in Antwerpen organiseerde. De drie panelleden, Samira Azabar, sociologe en verbonden aan vormingscentrum Motief, Bilal Benyaich, auteur van het boek Islam en radicalisme bij Marokkanen in Brussel, en schrijver dezes waren het er over eens dat, omdat het slechts om kleine aantallen jonge mensen ging die de tocht naar Syrië ondernamen, in zowel België als Nederland zou het gaan om rond de 100 mensen, de aandacht voor het probleem buitenproportioneel is.

Toch is de discussie over de Syriëgangers hoog opgelopen, en in Nederland achtte de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding het zelfs van belang het dreigingniveau te verhogen naar substantieel. En dat terwijl het aantal aanslagen en incidenten op en rond moskeeën en andere islamitische gebouwen in Nederland niet gering is, maar blijkbaar geen aanleiding het dreigingniveau op te waarderen.

Whereabouts

In het debat bracht ik in dat de veiligheidsdiensten in beide landen weliswaar op de trom roffelen van het grote gevaar dat de teruggekeerde jihadisten vormen, maar dat zij wellicht veel beter op de hoogte zijn van hun whereabouts dan ze aan de goegemeente willen doen geloven. Het feit alleen al dat de diensten feilloos lijken te weten wanneer de jihadisten terugkomen, geeft aan dat ze er bovenop zitten. En het gaat verder dan dat. Jihadisten die van plan zijn te vertrekken en voorbereidingen daartoe treffen, worden zelfs al in de kraag gevat voor ze een voet buiten Nederlandse of Belgische bodem gezet hebben, zoals bleek uit het proces tegen Mohammed G. en Omar H.

Motieven

Het probleem lijkt dus beheersbaar. Maar, zo stelde Benyaich, wat doen we dan met de steeds groter wordende groep salafistische moslims die in beide landen wonen en die  steeds meer afgescheiden van de samenleving hun leven leven. Dat kunnen er al gauw tienduizenden zijn en al hebben zij geen kwaad in de zin, in hen kan het zaad van de haat ontkiemen dat vroeger of later tot gewelddadige acties kan leiden. En onderschat ook de rol van een land als Saoedi-Arabië niet, zo poneerde Benyaich met nadruk, dat allerwegen probeert met zijn salafistische tentakels moslims in het Westen in zijn macht te krijgen en hen te bewegen de strijd niet alleen in Syrië aan te gaan maar ook in het Westen. Samira Azabar bestreed deze analyse. Volgens haar behoren de jihadisten tot de zwakste sociaaleconomische klassen. Veel jihadisten zijn drop outs, jonge mannen en vrouwen die het in Europa niet gemaakt hebben en nu proberen iets van hun waardigheid terug te winnen door de jihad aan te gaan in het Midden-Oosten. Ik vond het sociaaleconomische argument slechts gedeeltelijk hout snijden. Naar mijn inschatting worden de jihadisten in de eerste plaats geïnspireerd door hun geloof om ten strijde te trekken. Mijn visie werd bevestigd door een artikel in Trouw waarin melding werd gemaakt van een Nederlandse jihadist die tandarts is en inmiddels in Syrië een hoge positie heeft in de Ahrar al Shambrigade. Vergeet ook niet dat de 11 septemberkapers vrijwel allemaal goed opgeleide middenklasse jongeren waren.

De link met het anti-islamdiscours

In een interview na het debat met Al Jazeera America werden mij vragen gesteld over het proces tegen de twee Nederlandse jihadisten. Ik verklaarde dat het mij zeer moeilijk viel het oordeel van de rechter los te zien van het negatieve maatschappelijke klimaat betreffende de islam. Op de rechterlijke vaststelling de intentie op jihad te gaan gelijk te zien als voorbereiding tot moord, valt nog wel wat af te dingen. Bovendien was geen van beide veroordeelden daadwerkelijk tot actie overgegaan. Wat mij in dit verband opviel in het debat is dat de link tussen jihadisten en het algemene negatieve anti-islamdiscours dat door Europa waart, nauwelijks genoemd werd door de Vlaamse panelleden en de vlot opererende voorzitter Chams Eddine Zaougui. En dat terwijl we ons bevonden in de stad die nu bestuurd wordt door Bart de Wever, voorman van de N-VA, niet direct een bewonderaar van de islam, en het Vlaams Belang, ondanks de laatste verkiezingsnederlaag nog steeds een belangrijke machtsfactor. Ikzelf zie de extreme aandacht voor het jihadistenverhaal en de opgeklopte angst juist in het kader van de negatieve beeldvorming van de islam door populistische politici als Wilders in Nederland en De Wever en De Winter in Vlaanderen. In de gesprekken voor en na het debat begreep ik dat er een soort van laisser faire houding is gegroeid ten opzichte van deze partijen en dit discours. Men kent zijn pappenheimers wel. Bovendien wordt het Vlaams Belang middels het cordon sanitaire in bedwang gehouden en lijkt de rigide conservatieve sociaaleconomische politiek van de N-VA in de stad Antwerpen veel kiezers van zich te vervreemden. In gekende sociale verworvenheden wordt namelijk fors gesnoeid.

Thuis blijven

Moslimjongeren in Nederland en België doen er beter aan thuis te blijven en in eigen land een leven op te bouwen als voorbeeldig moslim. De strijd in Syrië is een hele vuile, en de jongeren zullen tot de ontdekking komen dat er geen eenheid heerst onder de moslimbrigades daar, en dat ze inmiddels begonnen zijn elkaar naar het leven te staan. In Europa valt nog heel wat werk te verrichten om het algemene negatieve beeld van de islam en de moslims te veranderen.